Fery Vanhemelryck’s blog

De zes bizarste wetenschappelijke experimenten van 2007

Posted by Fery Vanhemelryck op 5 januari 2008

De Morgen en the indepentent omschrijven onderstaande 6 experimenten als de bizarste wetenschappelijke experimenten van 2007. Ik vind dat een beetje jammer. Er is niets bizar aan deze experimenten. Allemaal zijn zij bedoeld voor een beter welzijn voor de mensen. Het robotsnot is misschien eerder commercieel ingesteld maar het kan ook nuttige toepassingen hebben, de lichtgevende katten zijn een marketingtruc, daar is niets op tegen als de onderzoekers zo niet voldoende middelen krijgen om hun onderzoek te verrichten. De kangoeroescheten lijken misschien grappig, maar de methaanproductie van koeien is een reëel probleem. Bovendien hou ik niet van schetenmoppen dus vind ik er niets grappig aan.

Langs de andere kant is het positief dat ze zo wetenschap toegankelijker maken voor de gewone mensen. Als je niets van wetenschap wilt weten dan lees je eerder de bizarste experimenten dan naar baanbrekend onderzoek dat levens wilt redden en zo kan de interesse in wetenschap misschien toch nog opgewekt worden. Dan is het chapeau voor de morgen.

De wetenschap verkende ook in 2007 onbekende terreinen. Maar mocht het belang van lichtgevende katten en kangoeroescheten u niet helemaal duidelijk zijn, dan worden hier de zes bizarste experimenten van het afgelopen jaar onder de loep genomen. Met als hamvraag: waarom in godsnaam?

Bij meer lezen:
Groene kangoeroescheten
Kikkers met een antiaanbaklaag
Lichtgevende katten
Antidepressiva voor wormen
Genoom schimmel die voor roos zorgt
Waarom robotsnot produceren?

Groene kangoeroescheten

De knapste truc van een kangoeroe het produceren van milieuvriendelijke scheten. Onderzoekers van de Universiteit van Queensland in Australië hebben de bacterie in de maagwand van een kangoeroe geïsoleerd die ervoor zorgt dat hun winden geen methaan bevatten, een broeikasgas dat veel schadelijker is dan CO2. Het team gelooft dat de sleutel van dit raadsel tot klimaatvriendelijker vee kan leiden. De klassieke flatulente boerderijdieren produceren namelijk zoveel methaan dat ze verantwoordelijk zijn voor 14 procent van de broeikasgasuitstoot in Australië, goed voor een tweede plaats na elektriciteitscentrales. Zodra de kangoeroebacterie aan veevoeder toegevoegd kan worden, hopen de onderzoekers een veestapel met een kleinere ecologische voetafdruk te creëren. In plaats van methaan produceren kangoeroes acetaat, een chemische stof die de vertering verbetert. Voeder waaraan de kangoeroebacterie is toegevoegd, kan voor een veestapel zorgen die niet alleen groener is, maar ook sneller groeit en vruchtbaarder is. Methaanafbrekende voedingssupplementen zouden al binnen drie jaar in de winkel kunnen liggen, maar wetenschappers wijzen op een directere oplossing: waarom geen kangoeroevlees op de barbecue leggen, in plaats van een stuk runds of lam?

Kikkers met een antiaanbaklaag

In augustus maakten wetenschappers van de Universiteit van Michigan details bekend van een experiment waarbij ze niet-plakkende kikkercellen creëerden. De huid van kikkers produceert antimicrobische peptiden (AMP’s), wat hen interessant voor wetenschappers maakt. Die proteïnen zijn zeer bruikbaar om infecties bij dieren tegen te gaan; AMP’s zijn namelijk krachtige antibiotica. Het is de eerste verdedigingslijn van het immuunsysteem.

Wetenschappers hebben geprobeerd die ziektebestrijdende kenmerken te benutten door AMP’s te verwerken in crèmes en andere middelen die gebruikt worden om infecties bij mensen tegen te gaan. Probleem: de enzymen in de menselijke huid blijven plakken aan de AMP’s, waardoor ze vaak nutteloos worden. De concentratie van AMP’s verhogen zorgt bovendien voor giftige neveneffecten, zoals de afbraak van rode bloedcellen.

In een poging dat tegen te gaan dachten de wetenschappers aan de antiplakstof bij uitstek: teflon. “Teflon is gebaseerd op een niet-reactief fluorine. Als we fluorine met de AMP’s combineren, verhogen we de stabiliteit, waardoor ze niet langer met andere proteïnen in het lichaam reageren.”

De wetenschappers hopen nu dat de Teflon-AMP’s de medische wereld zullen helpen in hun strijd tegen de al maar resistenter wordende bacteriën.

Lichtgevende katten

In 2006 injecteerden wetenschappers in Taipei een proteïne van een kwal in een varkensembryo, met een griezelig, groen licht gevend varken als resultaat. Dit jaar kloonden wetenschappers in Zuid-Korea een kat die rood oplicht als ze blootgesteld wordt aan ultraviolet licht. Vanwaar de obsessie van de wetenschap met lichtgevende dieren?

In het geval van de wetenschappers die drie katten kloonden was het doel niet het aantal nachtelijke aanrijdingen terug te dringen, wel een behandeling te ontwikkelen voor genetische ziektes bij mensen.

Een team aan de Nationale Universiteit van Gyeongsang gebruikte een virus om de genen in de huidcellen van een moederkat te veranderen zodat ze fluorescerend werden. Die cellen transplanteerden ze vervolgens naar de eicel van de kat, die op haar beurt in de baarmoeder van een donorkat werd geïmplanteerd. Maar het lichtgevende nageslacht van die proefbuispoes heeft geen enkel wetenschappelijk nut: de rode schijn is een marketingtruc, om aandacht te trekken voor het onderzoek. Wetenschappers hopen dat deze gekloonde katten (en andere dieren) kunnen dienen als gesofisticeerde proefkonijnen, om de ontwikkeling van medicijnen te versnellen en wetenschappers toe te laten tests uit te voeren die niet op mensen kunnen.

Antidepressiva voor wormen

Ze graven, ze eten, ze kweken, ze sterven. Het leven van een worm is betrekkelijk eenvoudig en relatief angstvrij. Dus waarom behandelde een groep wetenschappers aan het Fred Hutchinson Cancer Research Centre in Seattle hen dan met antidepressiva? Michael Petrascheck en zijn team wilden ontdekken hoe ze de Caenorhabditis elegans, een rondworm, langer konden doen leven. De wormen, amper een millimeter lang, hebben een gemiddelde levensduur van drie weken.

Petrascheck behandelde een groep rondwormen met 80.000 lukraak gekozen geneesmiddelcomponenten om te zien welke daarvan de dieren eventueel langer konden doen leven. Enkele medicijnen zorgden voor een significant verschil, en het antidepressivum mianserine slaagde er zelfs in de levensduur van de wormen te rekken met 30 procent. Is Petrascheck op weg het elixir van de eeuwige jeugd samen te stellen? “Het is nogal kort door de bocht om te zeggen dat als wormen ergens langer door leven, mensen dat ook zullen doen”, zegt hij. “Maar we hopen dat dit onderzoek ons meer kan vertellen over leeftijdgerelateerde ziektes. Kunnen deze geneesmiddelen ook die soort ziektes verzachten? En, als dat zo is, hoe werkt dat dan?”

Genoom schimmel die voor roos zorgt

De faciliteiten van een van ’s werelds modernste laboratoria werden ter beschikking gesteld om de genetische code van de Malassezia globosa te ontcijferen, de schimmel die verantwoordelijk is voor roos. “De enige manier om roos te kunnen controleren is door shampoos te ontwikkelen die de schimmel doden”, zegt Thomas Dawson van P&G Beauty’s Miami Valley Innovation Centre in Ohio. “Maar shampoos zijn vaak niet efficiënt, omdat de fungi in die mate deel uitmaken van onze schedel dat ze er immuun voor zijn.”

Om te begrijpen hoe een organisme werkt, is er geen betere manier dan zijn DNA bloot te leggen. En dus kweekten Dawson en zijn team, die hun werk publiceerden in Proceedings of the National Academy of Science, 10 liter van de schimmel – genoeg om 10 miljoen mensen hoofdroos te bezorgen – en ontcijferden de genen.

“We hopen een shampoo te creëren met ingrediënten die de specifieke paden van de schimmel kan onderdrukken”, zegt Dawson, wiens team concludeerde dat M globosa tot vijftig verschillende enzymen kan afscheiden die roos veroorzaken, “of de specifieke paden van de mens kan verbeteren, om het natuurlijke evenwicht te herstellen, zoals bij mensen zonder roos.”

Waarom robotsnot produceren?

Olfactorisch slijm, kortweg snot, heeft een sleutelfunctie in onze gewaarwording: het verbetert onze reuk. Het slijm, zo blijkt, scheidt de ontelbare chemische componenten van elkaar die de geur van, laat ons zeggen, gebakken ui bepalen. Door het slijm verplaatsen de verbindingen zich in verschillende snelheden, en passeren op verschillende ogenblikken langs onze geurreceptoren. Door geuren op die manier te ontleden en te scheiden, laat het slijm ons brein toe geuren sneller en preciezer te identificeren.

Met die info in het achterhoofd slaagde professor Julian Gardner van de Universiteit van Warwick er in april in zijn elektronische neuzen te verbeteren, die al jaren, weliswaar zonder slijm, werden gebruikt bij alles van de productie van artificiële geuren tot de kwaliteitscontrole bij chipsfabrikanten. “We bouwden een polymeer die de functie van snot weerspiegelt”, zegt Gardner. “Neen, het is niet groen, maar het heeft dezelfde stroperigheid als menselijk snot. Toegepast op onze sensoren zorgt het ervoor dat onze artificiële neuzen op zijn minst vijf keer beter werken dan die zonder snot.”

© The Independent

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

 
%d bloggers op de volgende wijze: