Fery Vanhemelryck’s blog

Geboorte studentenraad UVAH

Posted by Fery Vanhemelryck op 15 januari 2008

Daarstraks ben ik nog eens op bezoek geweest bij onze algemeen directeur. Ik kwam te weten dat onze vraag om als studentenvertegenwoordigers inspraak te krijgen binnen de UVAH niet in dovemansoren gevallen is. De algemeen directeuren van de 5 autonome hogescholen waren hier unaniem voorstander van. Het huidige plan is om een studentenraad op te richten binnen de UVAH bestaande uit stuvers van de drie hogescholen. Binnen die studentenraad mogen we dan advies geven en worden we geraadpleegd over onderwerpen die interessant zijn voor studenten.

De UVAH heeft ook haar eerste wapenfeit gepleegd. De 5 vlaamse autonome hogescholen hebben een brief gestuurd naar alle (democratische) Vlaamse parlementsleden en de rationalisatiecommissie om meer rekening te houden met de noden van de autonome hogescholen. Op 28 januari zal er politiek overleg plaatsvinden met de partijvoorzitters, nadien met de rationalisatiecommissie. Vreemd genoeg zit er nu geen vertegenwoordiger van de autonome hogescholen, enkel vertegenwoordigers van de universiteiten en 2 vertegenwoordigers van katholieke hogescholen. Dankzij de vorming van de unie zal er volgende keer hopelijk meer rekening gehouden worden met de autonome hogescholen.

Op 10 december ’07 richtten de vijf autonome Vlaamse hogescholen (*) een eigen vereniging op: de Unie van Vlaamse Autonome Hogescholen (UVAH). De doelstellingen: een duidelijker profilering en een intensere samenwerking.

Dr. Frans Verheeke namens de Unie van Vlaamse autonome hogescholen.

Is dat wel nuttig en nodig, zo zullen velen zich ongetwijfeld afvragen. Waarom nù nog de handen in elkaar slaan, twaalf jaar en meer na het hogescholendecreet, nu alle hogescholen in dezelfde boot dobberen op het meer van Bologna. Sinds de fusieoperatie van 1995 en de grote hervormingen die volgden (structuurdecreet, associaties, flexibilisering,…), worden alle hogescholen gewoonlijk in één adem genoemd. Hoewel hogescholen in een tijdperk van standaarden (kwaliteitszorg bijv.) en internationalisering nu eenmaal allemaal aan dezelfde voorwaarden en eisen horen te voldoen, voelen de vijf autonome hogescholen toch nood aan profilering en nauwere samenwerking.

Het statuut ‘Vlaamse Autonome Hogeschool’ (V.A.H.) werd in 1995 niet voor niets toegekend aan de fusiehogescholen die ontstonden uit het officieel onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap, de provincies en de gemeenten. Dat karakter en die oorsprong, wil de UVAH nu opnieuw beklemtonen. Ook vinden de initiatiefnemers dat er voldoende goede redenen bestaan om als VAH’s intenser en effectiever samen te werken. Enkele voorbeelden moeten deze intensievere samenwerking illustreren.

Uitgaande van hun pedagogisch project, willen de vijf autonome hogescholen ook morgen vorm en gestalte geven aan een hoger onderwijs met een sterke emancipatorische kracht. In het verleden hebben de officiële hogescholen inderdaad een bijzonder belangrijke bijdrage geleverd tot de ontvoogding en de emancipatie van Vlaamse jongeren. Uit het pedagogisch project van de Vlaamse autonome hogescholen, uit de missie van élk van onze instellingen en uit hun normen en waarden, blijkt dit emancipatorisch streven ook vandaag nog steeds én manifest aanwezig én noodzakelijk te zijn.

Dat emancipatorische streven moet verder ook slaan op alle types opleidingen, overeenkomstig de geest van Bologna. Geen emancipatie zonder gelijkwaardigheid en wederzijds respect, maar daar wringt nu precies het schoentje. De interesse van de universiteiten voor de professionele bachelors is beperkt en bepaalde uitlatingen maken duidelijk dat zelfs het tweecycli-onderwijs van de hogescholen niet echt voor vol wordt aangezien. De UVAH ziet ook hier ontvoogding en democratie als dragers van het opleidingscontinuüm en de ene Vlaamse hogeronderwijsruimte.

In de derde plaats, vragen wij aandacht voor onze eigenheid inzake onderwijsaanbod: de Vlaamse autonome hogescholen groeperen inderdaad het grootste aantal en de meest gerenommeerde kunstopleidingen. De specificiteit van deze opleidingen behoeft weinig argumentatie, denken we alleen nog maar aan de specifieke opleidingseisen of de geïndividualiseerde pedagogische aanpak. Nochtans wordt deze eigenheid door de overheid onvoldoende erkend, zo blijkt uit haar standpunten en beleid inzake financiering, kwaliteitszorg, visitaties, accreditatie. De autonome hogescholen willen samen met de overheid een antwoord zoeken én formuleren op uitdagingen die eigen zijn aan de kunstopleidingen op het vlak van onderwijsaanbod en -organisatie, financiering en kwaliteitszorg.

Ook onze verhouding tot de overheid vertoont eigen kenmerken. Sinds het Hogescholendecreet van 1995 hebben de vijf Vlaamse autonome hogescholen met succes een bijzonder ingrijpende fusie (sommigen zelfs twee!) gerealiseerd, inclusief een grondige rationalisatie en optimalisering van het opleidingsaanbod. Voor de VAH’s kenmerkte deze operatie zich, méér dan bij de vrije en de provinciale instellingen, door een zeer sterke top down-benadering, met een beperkte dosis inspraak als gevolg. Een dergelijke benadering staat haaks op de betrokkenheid van medewerkers en bestuursorganen die de minister noodzakelijk acht bij het uittekenen van een goed onderwijsbeleid. Concreet: de minister dient, in een geest van democratie, betrokkenheid, pluralisme en gedeelde verantwoordelijkheid, de autonome hogescholen effectiever te betrekken bij het uittekenen van het hoger onderwijsbeleid. Een voorbeeld: in de ‘ministeriële ad hoc commissie der wijzen’, zijn wij noch gevraagd noch vertegenwoordigd – dit in tegenstelling tot de vrije instellingen. Nochtans maken de studenten en het personeel van de officiële hogescholen méér dan 30 procent uit van het hogescholentotaal.

Bovendien, willen we dat de overheid de échte verantwoordelijken en hun organisaties bij de beleidsvoorbereiding en -uitvoering betrekt. Sinds de oprichting van de vijf associaties – die tot nader order niét over onderwijsbevoegdheid beschikken en dus in geen énkel opzicht als ‘inrichtende macht’ kunnen optreden – is de impact op de besluitvorming van de overlegorganen Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR) en Vlaamse Hogescholenraad (VLHORA) afgenomen. In die lijn, is ook de invloed en de betrokkenheid van de rectoren en de algemeen directeurs – in het bijzonder deze van de autonome instellingen – bij de beleidsvoorbereiding drastisch geslonken, terwijl de macht van de associatievoorzitters aanzienlijk toenam.

Tot slot, wil de UVAH een met respect doordesemde onderwijspolitiek, die tegemoet komt aan de eigenheid en de maatschappelijke opdracht van alle actoren en alle instellingen voor hoger onderwijs in Vlaanderen. Pleidooien om het aantal associaties tot drie te herleiden, zijn daaraan tegengesteld. Idem dito het gedoogbeleid tegenover instellingen die hun vleugels over héél Vlaanderen willen uitslaan.

De UVAH is niet tegen iets of iemand opgericht. De UVAH is van mening dat de verfijning van de specificiteit verhelderend kan werken in het hogeronderwijslandschap dat veel te veel als één pot nat wordt voorgesteld. Het is vanuit die eigenheid dat de UVAH zich opstelt als partner om samen met de anderen een democratisch en emanciperend onderwijs te realiseren.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

 
%d bloggers op de volgende wijze: