Fery Vanhemelryck’s blog

Archive for januari, 2009

History of ultimate frisbee

Posted by Fery Vanhemelryck op 30 januari 2009

The sport of Ultimate Frisbee as we know it started in 1968 at Columbia High School in Maplewood, NJ. A group of students from the school paper and the Student Council, led by Joel Silver(yes, it’s the same guy as the film director), who was a member of both the paper and the council, developed the rules of what was then called Frisbee Football and what would develop into the modern sport of Ultimate.

Silver had played Frisbee Football at a summer camp in Mount Hernon, Massachusetts in the summer of 1967, and when he returned to Maplewood, he proposed to the Student Council that the school form a Frisbee team. It was suggested as a joke, but was seconded and passed. Discussion of the Frisbee team occasionally came up during the school year, but was still mostly regarded as a joke. By the end of the year, however, Silver and other members of the council were organizing a game during their lunch period.

Members of the school paper had been tossing a disc during their lunch, and in the spring members of the council and the paper began to play Frisbee Football with a black 150 gram, Wham-O Master Tournament Model(as opposed to the 175 gram Discraft Ultra Star Professional Disc used now). The people who made up the team were part of what made the sport so revolutionary. “It was a chance for The Columbian(the school paper) core – the intelligentsia and non-athletes of the school – to play a sport,” says Silver. Many of the players were excellent students who were headed to Ivy League schools. According to Ed Summers, one of the original players, there was also a good representation of stoners. Summers said, “The core of us were largely among the better students. There were also some druggie types. We were about evenly split between the better students and the half who smoked dope.”

Early versions of the game were very freeform. As many as 20 or 30 players might play on a team. The original game included running many parts of American Football, such as a series of downs, lines of scrimmage and running with the disc. However, as the game progressed, Silver and fellow founders Bernard “Buzzy” Hellring and Jonny Hines, started visualizing a game more similar to basketball, soccer, or hockey. The system of downs and running with the disc were eliminated, and rules for defense were established at this time. Originally there was no mention of the idea of the “Spirit of the Game” in the rules, because it was regarded by the Columbia High School players as a gentleman’s sport.

The game also developed some of the athleticism that makes Ultimate so much fun to watch and play. Hines said that the players liked the graceful running and jumping. “There was a mix of athletes and some uncoordinated, overweight people playing. The former could run and jump like gazelles; the latter evoked other analogies.” Hines said.

By the fall of 1968 a rivalry had developed between the Student Council and the Columbian. In game with two large co-ed teams, the Columbian beat the Council 11-7.

By the summer of 1969, the famous Columbia parking lot had been formed. The lot was lit, so the players could play at night. Teams were quickly whittled down from the 20 or more to 7, because that was as many as could play easily at one time on the lot. Soon, a regular game was being played on the lot every weekend night and on school vacations. The sport also started gaining some publicity, being featured in a Newark Evening News article in June 1969 entitled “Frisbee Flippers Form Team,” written by Silver. The team adopted the name Columbia High School Varsity Frisbee Squad, despite the fact that the team had no official connection with the school. Silver and Hellring also took the International Frisbee Association’s test and passed as masters, and the IFA became the sport’s governing body. Today Ultimate is governed by the Ultimate Players Association.

The original group of founders including Silver, Hines, and Hellring went off to college in the fall of 1970, but not before printing up the rules and bringing them up to date. Some of the rules are still in place, but others have changed dramatically. The size of the field in the original rules was only limited by the goal lines which were described as being between 40 and 60 yards apart and parallel. There were no lateral boundaries or limits on the size of the endzones. Today the field is 70 yards long, 40 yards across, and the endzones are 25 yards deep. The rules also provided for a referee, even though most games are now played without one, and the players now make all their own calls. The rules also said that while “7 is the optimum number, this sport can be played with as many as 20 or 30 for each team.” Today Ultimate games always have 7 players on a side.

During the summer before the founders left, a group of younger Columbia students known as the Richmond Avenue Gang challenged the CHS Varsity Squad to a game. RAG lost 47-28 but played with the varsity for the rest of the summer, and a member of RAG was selected as the next CHS Varsity captain. An annual Thanksgiving match was established between the alumni and the current CHS squad, a tradition that continues to this day. RAG sent the rules of Ultimate to other New Jersey high schools, and on November 7, 1970, the first interscholastic game of Ultimate was played in the parking lot between Millburn High School and the CHS Varsity. CHS won 43-10. The game was covered by the Newark Evening News, and other schools requested the rules. The New Jersey Frisbee Conference was formed in the spring of 1971 with 5 schools – Columbia, Dumont, Millburn, Mountain (now West Orange), and Nutley. At the same time, Columbia graduates were spreading the word at their colleges. The first intercollegiate match was held between Rutgers and Princeton on November 6, 1972.

Here’s another great history of west coast ultimate as seen through the creation of the Santa Barbara Condors. go.

Posted in blog | Getagged: , , , | Leave a Comment »

Die ochtend op de radio

Posted by Fery Vanhemelryck op 22 januari 2009

Tussen 6 en 7 uur s’ochtends presenteert Tomas De Soete op studio Brussel het programma ‘Tomas belt op’ waarin hij om diverse redenen mensen opbelt. Feliciteren met een verjaardag, nieuwe job, huwelijk enz. of troosten tijdens de examens, als je job kwijt bent en dat soort zaken.

Deze morgen was ik mij aan het vervelen in de file dus besloot ik ook eens een berichtje te sturen naar 3123. Kara moest vandaag haar eed afleggen bij de federale politie voor ze aan haar stage mocht beginnen. Dat leek mij wel een mooi moment om opgebeld te worden.

Na een half uur te wachten nog steeds geen Kara gehoord en het was 6u55 dus vreesde ik ervoor. Tot Tomas opeens zei dat ze nog iemand gingen opbellen :-) Toen heeft Kara mooi haar eed mogen oefenen op de radio.

Ik zweer getrouwheid aan de Grondwet, gehoorzaamheid aan de Koning en de wetten van het Belgische volk.

Waarop Tomas als aanvulling nog dit voorstelde: “en ik zal altijd naar studio Brussel luisteren in de combi”. De uiteindelijke eed die ook in de herhaling zat na 7u werd dan:

Ik zweer getrouwheid aan de Grondwet, gehoorzaamheid aan de Koning en de wetten van het Belgische volk en ik beloof dat ik altijd naar studio Brussel zal luisteren in de combi.

Nadien vroeg Tomas nog om lief te zijn voor hem als Kara hem ooit zou tegenhouden. Of juist heel hard ;-) Kinky. Zeer amusant tijdens de file.

Succes nog met de stage Kara! En bij mij ook lief zijn als je mij tegenhoudt ;-)

Posted in muziek | 1 Comment »

Volledige Speech Obama (min god)

Posted by Fery Vanhemelryck op 21 januari 2009

“Mijn medeburgers: Ik sta hier vandaag voor u, nederig door de taak die mij te doen staat, dankbaar voor het vertrouwen dat u in mij heeft gesteld, mij goed bewust van de offers die door onze voorouders zijn gebracht. Ik dank President Bush voor zijn diensten aan ons volk en ook voor de gastvrijheid en medewerking die hij heeft betoond gedurende het hele proces van overdracht.

Vierenveertig Amerikanen hebben nu de presidentiële eed afgelegd. Deze woorden zijn gesproken tijdens een opwaartse beweging van welvaart en de kalme wateren van de vrede. Maar soms wordt de eed ook afgelegd temidden van zich samenpakkende donkere wolken en razende stormen.

In dat soort tijden heeft Amerika doorgezet, niet alleen vanwege de vaardigheid of visie van haar leiders, maar omdat wij, het volk, de idealen van onze voorvaderen trouw zijn gebleven, en onze oprichtingsdocumenten trouw zijn gebleven.
Zo is het in het verleden gegaan; zo moet het ook gaan met deze generatie Amerikanen.

“Dat we midden in crisis zitten, is duidelijk”

Dat we midden in een crisis zitten is nu goed duidelijk. Onze natie is in oorlog, tegen een verstrekkend netwerk van geweld en haat. Onze economie is sterk verzwakt: dit is een gevolg van hebzucht en gebrek aan verantwoordelijkheid van de kant van sommigen, maar is ook te wijten aan het feit dat wij met z’n allen niet in staat zijn geweest moeilijke keuzes te maken en het land voor te bereiden op een nieuw tijdperk. Mensen zijn hun huis kwijtgeraakt, hun baan verloren, hebben hun bedrijven moeten sluiten.

Onze gezondheidszorg is te duur, en te veel mensen redden het niet in ons schoolsysteem. En elke dag brengt ons meer bewijzen dat de manier waarop wij energie verbruiken onze tegenstanders sterker maakt en een bedreiging vormt voor onze planeet.

Dit zijn de indicatoren van de crisis, die onderhevig zijn aan gegevens en statistieken. Minder goed meetbaar maar minstens even diepgaand is een groeiend gebrek aan vertrouwen in ons hele land – de knagende angst dat de neergang van Amerika onontkoombaar is, en dat de volgende generatie haar verwachtingen zal moeten bijstellen.

“Uitdagingen zullen worden opgelost”

Vandaag zeg ik u dat de uitdagingen waarmee wij geconfronteerd worden, reëel zijn. Ze zijn ernstig en talrijk. Ze zullen niet gemakkelijk of snel kunnen worden opgelost. Maar dit wil ik u zeggen, Amerika: ze zullen worden opgelost.

Vandaag zijn wij hier bijeen omdat wij gekozen hebben voor hoop in plaats van angst, saamhorigheid in plaats van onenigheid en meningsverschillen.

Vandaag zijn wij hier om een einde te maken aan kleinzielige rancunes en valse beloften, aan de verwijten en versleten dogma’s die al al te lang onze politiek hebben verstikt.

Wij zijn nog steeds een jong land, maar zoals in de Schrift staat: de tijd is gekomen om ‘kinderlijke zaken vaarwel te zeggen’. De tijd is gekomen om ons doorzettingsvermogen te herbevestigen; om te kiezen voor onze betere geschiedenis; om dat kostbare geschenk, dat nobele idee, te propageren, dat is doorgegeven van generatie op generatie: die door God geschonken belofte dat iedereen gelijk is, dat iedereen vrij is, en dat iedereen de kans moet krijgen om hun volledige portie geluk na te streven.

Wanneer wij de grootsheid van ons land herbevestigen zijn we ons ervan bewust dat grootsheid nooit iets vanzelfsprekends is. Het moet verdiend worden. Bij onze reis hebben we nooit de kortste weg gekozen, of de weg van de minste weerstand. Deze weg is niet voor de lafhartigen, voor hen die ontspanning verkiezen boven werk, of die alleen de lusten van rijkdom en roem nastreven. Nee, het zijn zij die bereid zijn om risico’s te nemen, de doeners, de makers van dingen – van wie sommigen beroemd waren maar vaker onbekende hardwerkende mannen en vrouwen – die ons hebben gedragen langs het lange, zware pad naar de welvaart en de vrijheid.

“De klap van de zweep doorstaan”

Voor ons hebben zij hun karige bezittingen ingepakt en de reis over de oceaan ondernomen op zoek naar een nieuw leven.
Voor ons hebben zij geploeterd in benarde omstandigheden, en hebben ze zich in het Westen gevestigd; de klap van de zweep doorstaan, de harde aarde doorploegd.

Voor ons hebben zij gevochten en zijn ze gestorven, in plaatsen als Concord en Gettysburg, Normandië en Khe Sahn. Steeds weer hebben deze mannen en vrouwen geworsteld, offers gebracht en gezwoegd totdat hun handen kapot waren, opdat wij een beter leven zouden hebben. Zij beschouwden Amerika als meer dan de som van onze individuele ambities; groter dan alle verschillen in afkomst of rijkdom of groepering.

“Mouwen opstropen”

Dit is de reis die wij vandaag voortzetten. Wij zijn nog altijd het meest welvarende en machtige land op Aarde. Onze werknemers zijn niet minder productief dan voor het begin van deze crisis. Onze geest is niet minder vindingrijk, en er bestaat nog evenveel behoefte aan onze goederen en diensten als vorige week of vorige maand of vorig jaar. Ons vermogen is nog even groot. Maar de tijd dat wij pas op de plaats konden maken, dat we specifieke belangen konden beschermen en onplezierige beslissingen op de lange baan konden schuiven – die tijd is beslist voorbij. We moeten vanaf vandaag hard aan het werk gaan, de mouwen opstropen, en opnieuw beginnen met de taak van de wederopbouw van Amerika.

Want er is werk aan de winkel waar we ook kijken. De toestand van de economie vraagt om actie, om snel en doeltreffend handelen, en we zullen ook handelen – niet alleen om nieuwe banen te scheppen maar ook om een nieuwe basis voor groei te leggen. We zullen de wegen en bruggen gaan bouwen, de elektrische netwerken en digitale verbindingen die onze handel voeden en ons allen verbinden.

“Zon, wind, bodem temmen om brandstoffen te verschaffen”
We zullen de wetenschap weer haar rechtmatige plaats geven, en gebruik maken van de wonderen van de techniek om de kwaliteit van de gezondheidszorg te verbeteren en de kosten daarvan te verlagen. We zullen de zon en de wind en de bodem temmen om brandstof te verschaffen voor onze auto’s en onze fabrieken te laten draaien. En we zullen onze scholen en universiteiten hervormen zodat ze beter voldoen aan de eisen van de nieuwe tijd. Dit alles kunnen wij doen – en dit alles zullen wij doen.

Nu zijn er sommigen die de omvang van onze ambities in twijfel trekken – die aangeven dat ons systeem niet al te veel grote plannen kan verdragen. Deze mensen zijn kort van geheugen; want ze zijn vergeten wat dit land al heeft gepresteerd, en waartoe vrije mannen en vrouwen in staat zijn als hun verbeeldingsvermogen hand in hand gaat met een gemeenschappelijk doel, als nood hand in hand gaat met moed.

Wat de cynici niet begrijpen is dat er een aardverschuiving heeft plaatsgevonden, en dat de afgezaagde politieke argumenten die zo lang gemeengoed zijn geweest nu niet meer van toepassing zijn. Vandaag de dag vragen wij ons niet meer af of onze regering te groot of te klein is, maar of zij functioneert; of de regering gezinnen helpt om banen te vinden tegen redelijke betaling, gezondheidszorg die ze zich kunnen veroorloven, een waardig pensioen. Waar het antwoord op deze vragen Ja luidt, zijn wij van plan door te gaan; waar het antwoord nee luidt worden de programma’s beëindigd.

En die mensen die de publieke fondsen beheren zullen ter verantwoording worden geroepen: om verstandig geld uit te geven, slechte gewoontes te corrigeren, en zaken te doen in het volle daglicht – want dan pas kunnen wij het cruciale vertrouwen tussen het volk en zijn regering herstellen.

Ook is de belangrijkste vraag niet of de markt een kracht ten goede of ten kwade is. Het vermogen van de markt om rijkdom te genereren en vrijheid te verhogen is ongeëvenaard, maar deze crisis heeft ons een signaal gegeven dat zonder waakzaamheid de markt onbeheersbaar kan worden – en dat een land geen welvaart kan kennen als het alleen de welvarenden begunstigt. Het succes van onze economie is altijd afhankelijk geweest niet alleen van de omvang van ons Bruto Binnenlands Product, maar van de reikwijdte van onze welvaart; van ons vermogen om kansen te bieden aan eenieder die daarvoor open staat – niet uit liefdadigheid, maar omdat dat de zekerste weg is naar ons gemeenschappelijk goed.

“Weet dat Amerika een vriend is van elke natie”
Wat betreft onze gezamenlijke verdediging: de keuze tussen onze veiligheid en onze idealen verwerpen wij als onjuist. De grondleggers van onze natie, die voor gevaren stonden die wij ons nauwelijks kunnen voorstellen, hebben een handvest opgesteld die garant stond voor onze rechtsorde en rechten van de mens, een handvest dat is uitgegroeid door het bloed van vele generaties.

De wereld wordt nog steeds verlicht door die idealen, en we zullen ze niet opgeven uit opportunisme. En dus zeg ik tegen alle andere volkeren en regeringen die vandaag kijken, van de grootste hoofdsteden tot het kleine dorpje waar mijn vader werd geboren: weet dat Amerika een vriend is van elke natie en alle manen, vrouwen en kinderen die op zoek zijn naar een toekomst vol vrede en waardigheid, en dat we er opnieuw klaar voor zijn om de leiding te nemen.

“Stevige allianties nodig”

Ik roep in herinnering dat eerdere generaties niet alleen tegen fascisme en communisme optraden met tanks en granaten, maar met stevige allianties en duurzame overtuigingen. Zij begrepen al dat alleen onze kracht alleen niet genoeg is om ons te beschermen en ons niet het recht geeft om te doen wat wij maar willen. Integendeel, zij wisten dat onze kracht groeit door een voorzichtig gebruik (ervan); onze veiligheid komt voort uit de gerechtigdheid van ons doel, de kracht van ons voorbeeld, de temperende eigenschappen van nederigheid en inperking.

Wij zijn de bewaarders van dit erfgoed. Als we ons eens temeer laten leiden door deze principes, zijn we opgewassen tegen die nieuwe bedreigingen die een nog grotere inspanning vergen – een nog nauwere samenwerking en wederzijds begrip tussen naties. We zullen beginnen Irak op een verantwoorde manier aan zijn volk over te laten. We zullen een welverdiende vrede smeden in Afghanistan. Met oude vrienden en vijanden van weleer zullen we onvermoeibaar samenwerken om de nucleaire dreiging te verminderen en het spook van een opwarmende planeet verjagen.

“Niet aarzelen onze levensstijl te verdedigen”

We zullen ons niet verontschuldigen voor onze levensstijl, noch aarzelen om die te verdedigen. En voor diegenen die hun doel proberen te bereiken door middel van terreur en het afslachten van onschuldige mensen: laten we nu tegen u zeggen dat wij sterker zijn en dat onze geest niet gebroken kan worden; u zult het niet langer volhouden dan wij en wij zullen u verslaan.

Want wij weten dat ons veelkleurig erfgoed een kracht inhoudt, geen zwakte. Wij zijn een natie van christenen en moslims, joden en hindoes – en ongelovigen. Wij zijn gevormd door elke taal en cultuur uit alle hoeken van deze Aarde; en omdat we van de bittere smaak van de burgeroorlog en segregatie hebben geproefd, en sterker en meer verenigd uit dat donkere hoofdstuk naar voren zijn gekomen, kunnen we niet anders dan geloven dat de oude haat ooit zal verdwijnen; dat de lijnen die de stammen scheiden spoedig zullen vervagen; dat, naarmate de wereld kleiner wordt, onze gezamenlijke menselijkheid naar boven zal komen; en dat Amerika haar rol moet vervullen in het verwelkomen van een nieuw tijdperk van vrede.

“Moslimwereld: op zoek naar een nieuwe weg voorwaarts”

Aan de moslimwereld zeg ik dat we op zoek zijn naar een nieuwe weg voorwaarts, gebaseerd op gezamenlijke interesse en wederzijds respect. Aan die leider in de wereld die conflicten probeert te stimuleren, of het leed van zijn samenleving aan het Westen wijten: weet dat uw volk u zal beoordelen op basis van wat u kunt opbouwen, niet wat u kunt vernietigen.

Aan diegenen die hun macht ontlenen aan corruptie en bedrog en het monddood maken van andersdenkenden: weet dat u de geschiedenis niet aan uw zijde hebt staan maar dat wij u een hand zullen toereiken als u bereid bent om uw vuist te openen.

“Wereld is veranderd, wij zullen mee moeten veranderen”

Aan de volkeren van arme naties, zeg ik dat we met u zullen samenwerken om uw boerderijen te laten opbloeien en schoon water over uw land te laten stromen; om uitgehongerde lichamen en hongerige geesten te voeden. Aan naties zoals de onze die kunnen genieten van een relatieve welvaart zeggen we dat we het ons niet meer kunnen veroorloven om onverschillig te zijn ten opzichte van leed buiten onze grenzen; noch kunnen we de bronnen in de wereld opmaken zonder aandacht voor de gevolgen. Want de wereld is veranderd en wij zullen mee moeten veranderen.

Terwijl we nadenken over de weg die voor ons ligt, denken we met nederige dankbaarheid terug aan die dappere Amerikanen die, terwijl ik spreek, in verre woestijnen en berggebieden patrouilleren. Zij hebben ons vandaag iets te zeggen, net zoals de helden die in Arlington liggen door de eeuwen zullen blijven fluisteren.

Wij eren hen niet alleen omdat zij de bewakers van onze vrijheid zijn, maar ook omdat zij de geest van gedienstigheid vertegenwoordigen; een bereidheid om betekenis te vinden in iets dat groter is dan zijzelf. En toch, op dit moment – een moment dat een hele generatie zal bepalen – is het juist deze geest die bezit van ons allen moet nemen.

Want hoeveel een regering ook kan en moet doen, uiteindelijk steunt deze natie op het geloof en de vastberadenheid van het Amerikaanse volk. Het is de vriendelijkheid om een vreemdeling op te nemen wanneer de dijken doorbreken, de onzelfzuchtigheid van werknemers die liever uren inleveren dan dat een vriend zijn of haar baan verliest, die ervoor zorgt dat we ons door deze donkere tijden weten te slaan. Het is de moed van de brandweerman om een trap vol rook op te stormen, maar ook de bereidheid van een ouder om een kind te voeden, die uiteindelijk ons lot bepaalt.

“Een nieuw tijdperk van responsabilisering”

Onze uitdagingen kunnen dan wel nieuw zijn. De middelen waarmee we er tegen vechten kunnen nieuw zijn. Maar die waarden waarop ons welslagen berust — hard werken en eerlijkheid, moed en eerlijk spel, tolerantie en nieuwsgierigheid, loyaliteit en patriottisme – dat zijn oude waarden. Ze zijn de waarheid. Ze liggen aan de basis van de stille kracht van de vooruitgang door onze hele geschiedenis. Wat wordt gevraagd is dus een antwoord op deze waarheden.

Wat er nu van ons vereist wordt, is een nieuw tijdperk van responsabilisering – een erkenning, door elke Amerikaan, dat we plichten hebben jegens onszelf, onze natie en de wereld, plichten die we niet morrend maar juist met plezier aanvaarden, gesterkt door de wetenschap dat er niets zo bevredigend is voor onze geest, niets zo vormend is voor ons karakter, dan ons volledig inzetten voor een moeilijke taak.

Dit is de prijs, en de belofte van burgerschap.
Dit is de bron van ons vertrouwen – de wetenschap dat God ons oproept om vorm te geven We moeten vorm geven aan een onzekere bestemming.
Dit is de betekenis van onze vrijheid en onze overtuiging – waarom mannen en vrouwen en kinderen van elk ras en elke overtuiging in deze voortreffelijke Mall bijeenkomen om samen te vieren, en waarom een man wiens vader minder dan zestig jaar geleden in een plaatselijk restaurant misschien niet zou worden bediend, nu voor u kan staan om een bijzondere heilige eed af te leggen.

Laten wij daarom deze dag in ons hart opsluiten, en denken aan wie wij zijn en de lange weg die we hebben afgelegd. In het jaar van Amerika’s geboorte, in de allerkoudste maand, zit een kleine groep patriotten bijeengehurkt rond een stervend kampvuur aan de oevers van een ijzige rivier. De hoofdstad werd verlaten. De vijand rukte op.
De sneeuw was bevlekt met bloed. Op het moment dat de uitkomst van onze revolutie het meest betwijfeld werd, gebood de vader van onze natie om deze woorden aan het volk voor te lezen: Zeg het voort aan de toekomstige wereld… dat midden in de winter, toen niets dan hoop en deugd nog kon overleven… dat de stad en het land, gealarmeerd door een gezamenlijke dreiging, naar voren traden om deze het hoofd te bieden.

Amerika, in het licht van onze gezamenlijke bedreigingen, in de winter van onze tegenspoed, laat ons deze tijdloze woorden herinneren. Laten we de ijzige stromen nog eenmaal met hoop en deugd weerstaan, en laten we de stormen die nog zullen komen het hoofd bieden. Laat het gezegd zijn door de kinderen van onze kinderen dat we, toen we getest werden, weigerden om deze reis ten einde te laten komen, dat we niet onze rug toekeerden en weifelden; en met de ogen op de horizon en Gods gratie op ons allen, gaven we die geweldige gave die vrijheid heet door en, gaven die veilig over aan toekomstige generaties

Posted in Atheïsme, blog, Levensbeschouwing, politiek, religie | 3 Comments »

Bloedgeven

Posted by Fery Vanhemelryck op 16 januari 2009

Daarnet ben ik gaan bloedgeven in het stadhuis in Hasselt. Er waren veel Hasselaren die andere mensen wilden helpen met hun bloed. Vooral veel ouderen en vrouwen, maar gelukkig ook een paar jonge mensen die op vrijdagavond graag andere mensen wilden helpen ipv op café te hangen. Alhoewel ik natuurlijk niets heb tegen op café hangen ;-)

Ik vind het belangrijk om mensen te helpen door bloed te geven. Daarom help ik het rode kruis hier graag mee. Wat ik wel zeer jammer vind, zijn hun te strenge regels om het bloed te beveiligen. Vooral dan de regel dat een man die seks heeft gehad met een andere man geen bloed mag geven. Alsof er geen monogame stabiele homo-koppels bestaan die geen verhoogd risico hebben op aids. In België haal je ook maar weinig voordeel uit bloedgeven, dus zie ik zelfs geen reden waarom mensen met verhoogd risico bloed zouden willen geven. Als er nu een geëngageerde homoseksuele man graag wilt bloedgeven mag hij dit absoluut niet van het rode kruis. Terwijl bloed tegenwoordig perfect getest kan worden… Verder vind ik het jammer dat het rode kruis daar zo koeltjes over doet in hun folder. Ze zouden op zijn minst mogen zeggen dat ze wel graag homoseksuelen hebben als collega’s, vrijwilligers enz.

Op facebook: http://www.facebook.com/group.php?gid=42905999006

Posted in gezondheid, Hasselt, Levensbeschouwing, Limburg | Leave a Comment »

blogpost/bloedgeven

Posted by Fery Vanhemelryck op 16 januari 2009

Ik had mij voorgenomen om na mijn werk eindelijk nog eens een uitgebreide blogpost te schrijven over de afgelopen drukke interessante weken. Maar het goede doel roept. Ik ga in de plaats nu bloedgeven. Jullie hebben dus nog een blogpost tegoed van mij. Als er donderdag nog niets opstaat reclameer je maar.

Posted in blog | Leave a Comment »